|
|
||||
|
Heraldische Wapens in de Nederlanden |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
Heraldische Wapens Historische
Geslachtswapens Heraldische
Wapenkunde Heraldische
Wapenregisters |
|
BAELDE |
||
|
- |
||||
|
|
||||
|
|
Wapenschild: In zwart een lage
gouden keper, vergezeld van drie zilveren lelies. Helm: Aanziende traliehelm. Helmteken: Een lelie van het
schild. Dekkleden: Zwart, gevoerd
van zilver |
|||
|
|
||||
|
BAELDE (PLAAT 4). |
||||
|
|
||||
|
Volgens
overlevering zou deze familie afkomstig zijn uit Italië, en zich in het eind
der I3de eeuw te Yperen met ter woon gevestigd
hebben. Zeker
is het, dat reeds in den slag der gulden sporen, op 2 Juni 1302, Philips Baelde aanwezig
was, en wel met Jan van Belle
als aanvoerder van de strijders uit Yperen. Als
de oudst bekende stamvader staat geboekt Jacques
Baelde, omstreeks 1366 gehuwd met Loretta Immeloot,
bij wie hij vier dochters en één zoon had. Deze, Gislain Baelde genaamd, was
gehuwd met Maria Taffeel, waaruit eene
dochter en twee zoons. De
oudste zoon Pieter Baelde,
vormde een tak, die in de 4e generatie reeds uitsterft. De tweede zoon Jacob Baelde, gehuwd
met Josina de Courteville,
had een zoon Jacob Baelde
genaamd, wiens vrouw onbekend, maar wiens zoons Walram Baelde huwde met Jacoba van der Eeke. Uit
hun huwelijk werd te Yperen geboren Jacobus Baelde, in 1531
aldaar schepen en gehuwd met Maria Tribaut. Zij waren de ouders van Nicolaas Baelde, die
bij zijne tweede vrouw Maria Rubau vijf kinderen had; slechts een zoon Michiel Baelde 1,
die volgt. Deze
werd te Yperen in 1549 geboren, was schepen aldaar in
1584, doch kwam later wegens den geloofsstrijd naar Noord-Nederland over en
vestigde zich te Delft, alwaar hij den 30 December 1630 in den ouderdom van
80 jaren overleed. Te Yperen was hij gehuwd den 19
Juni 1575 met Isabella Boulangiers, Pieters dochter; zij stierf
mede te Delft den 1 December 1636 en werd bij haren echtgenoot in de Nieuwe
kerk op het koor onder eene zerk begraven, waarop
hunne wapens met kwartieren voorkwamen. Tien kinderen hebben zij nagelaten;
hun jongste zoon Pieter Baelde
volgt. |
||||
|
|
||||
|
De
voorgemelde Pieter Baelde
werd te Delft geboren den 2 Mei 1599 en stierf den 17 Maart 1649.
Tweemalen was hij gehuwd, eerst met Petronella
Tristram, die den 28 September 1639 stierf en daarna met Rachel Kerstemans,
die den 25 Mei 1650 overleed. Uit het eerste huwelijk werden zes kinderen
geboren; de tweede zoon Michiel
Baelde werd te Delft geboren den 1 Maart 1631 en stierf den 8
Mei 1695. Te Rotterdam was hij gehuwd met Catharina Crooswijck, geboren
den 2 September 1629, gestorven den 24 Februari 1704, en had bij hem zeven
kinderen. Hun
zoon Pieter Baelde,
zette zijn geslacht voort; hij werd geboren den 29 September 1659, stierf
te Rotterdam den 21 Januari 1735 en was aldaar tweemalen gehuwd, eerst met Sara
le Balleur, geboren den 23 Mei 1660, sterft den
18 December 1704, daarna met Margaretha
Wesselius, geboren den 20 Februari
1673, sterft den 30 Juli 1711. De
13 kinderen te Rotterdam uit het eerste huwelijk geboren, stierven bijna
allen jong, behalve Rudolf Baelde,
geboren den 24 Februari 1703; hij huwde eerst met Madelaine le Balleur, geboren
den 7 Mei 1707, sterft den 23 November 1728, daarna te Haastrecht den 16 Juli
1733 met Maria Bisdom, geboren
te Haastrecht den 18 Februari 1712, en gestorven te Rotterdam den 11
September 1770; hij zelf stierf ook aldaar den 2 November 1772, uit het
eerste huwelijk drie kinderen, die jong stierven en uit het tweede acht
kinderen verwekkende, waarvan Pieter
Baelde volgt. |
||||
|
|
||||
|
Pieter Baelde, geboren
te Rotterdam den 21 Mei 1738, was schepen, raad en bailluw
zijner geboortestad, directeur van den levantschen
handel, later lid van de 2e kamer der Staten-Generaal en stierf te Rotterdam
den 11 Juni 1822. Hij was den 8 Januari 1775 te Haarlem gehuwd met Anna Catharina la Clé,
aldaar geboren den 20 Februari 1748 en gestorven te Rotterdam den 25
September 1828, dochter van den burgemeester van Haarlem Jan Salomon en van Maria Elisabeth Capelle; een zoon en eene dochter sproten uit hun huwelijk voort. De
zoon Rudolf Pieter Baelde,
geboren te Rotterdam den 21 Juli 1777, was raad dier stad, kolonel der
schutterij, en overleed er den 28 Januari 1838. Zijne vrouw, Marij Ives Browne,
met wie hij te Rotterdam den 25 September 1803 huwde, werd aldaar geboren
den 23 Maart 1785, sterft aldaar den 24 Januari 1843 en was dochter van Thomas en van Emmerentia Johanna Beeldemaker
2; zij
wonnen elf kinderen, waarvan de mannelijke leden ongehuwd of zonder kinderen
na te laten stierven, behalve Robert Baelde, die te Rotterdam geboren
werd den 25 Mei 1819, zich aldaar den 20 October 1852 in den echt verbond met
Anna Reinoudina
Delprat, geboren te Rotterdam den 25
Mei 1819, dochter van Guillaume
Henri Marie en van Anna
Cats, uit welk huwelijk zes kinderen, waarvan nog in leven
zijn drie dochters en een zoon. Het
is opmerkelijk in deze familie, dat het geslacht zich reeds sedert eeuwen
voortplant over een zoon, zoodat er slechts één rechtstreeksche
stam bestaat zonder neventakken. Van
Robert Baelde gehuwd met Anna Reinoudina Delprat komt de kwartierstaat voor in het belangrijk
werk Genealogische kwartier staten van Nederlandsche geslachten, onder
redactie van Jhr. w. F. G. L. VAN DER DUSSEN, M. p. SMISSAERT en anderen. |
||||
|
|
||||
|
Een
ander geslacht Balde genaamd, eveneens uit Vlaanderen afkomstig, en
wel uit Nieuwkerken, heeft zich vandaar uit, eerst
in Frankenthal en daarna in Amsterdam gevestigd;
dit is echter thans uitgestorven. De
vrouwelijke leden der familie Balde zijn door huwelijk verbonden aan
de geslachten Burman, de Mey, van Leeuwen, Cloeck, van de Wall, Kieft, de Bas, Smissaert, van de Poll, van der Hoop en Huijghens. Het
wapen door dit geslacht gevoerd, heeft wel overeenkomst met dat der
bovenbehandelde familie Baelde, zoodat zij allerwaarschijnlijkst
uit een stam voortgesproten zijn. Het voert, doorsneden: 1 in hermelijn twee
Roode rechter-schuinbalken, 2 in zwart een gouden
keper beladen met drie zwarte merletten en vergezeld van drie gouden leliën ,
zooals men zien kan op den kwartierstaat van Hendrik
Huijghens Backer. |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
NOTEN 1. Bij de overgave van Yperen aan den prins van Parma den 12 April 1584, werd de
stad, om de plundering te voorkomen, op een rantsoen van 20,000 gulden
gesteld. Voor deze som werden de regenten Michiel Baelde, Daniel Langespey (zijn zwager), Herman van Otten en Pieter de
Wilde als gijzelaars medegenomen. De stad in gebreke blijvende die som te
voldoen, werden zij gevangenen, tot dat zij die som zelf betaalden. Yperen bleef steeds in gebreke hun of hunne erfgenamen
die som terug te geven. |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
Uit: |
||||
|
|
||||
|
B = Burgerlijk wapen |
||||
|
|
||||
|
Hoewel er naar gestreefd is correcte
informatie te verschaffen, kan niet worden gegarandeerd dat de informatie op het
moment waarop deze is geplaatst na verloop van tijd nog steeds juist is. Aan
de inhoud van deze webhalte kunnen dan ook geen rechten worden ontleend. |
||||
|
|
||||