|
Omtrent de herkomst van het geslacht Eyck ontbreken authentieke gegevens: volgens
overlevering echter zou het, met verandering van wapen, een tak zijn van het
riddermatig geslacht Van Eyck, dat in de XVIe eeuw in Brabant bloeide.
Dat het tot een oud geslacht behoort, bewijst de nog onder de familie
berustende officieele mededeeling
van 1699, dat Maurits Eyck Jacobszoon, waarmede deze
geslachtlijst begint, in Oost-Indië met groote
pracht begraven werd en de lijkwagen met diens zestien kwartieren behangen
was.
Maurits Eyck Jacobszoon, geb. ongeveer 1643,
was commandeur en equipagemeester in Oost-Indië, waar hij te Batavia 5 Mei
1699 sterft. Twee malen huwde hij:
1, te Maassluis 5 Mei 1669 met Aletta van der Vught.
2, met Clara Maria Wit, gest. 5 April 1710,
dochter van Hendrik Maarten en Isabelle Paulus. Van hunne zes
kinderen stierven er twee uit het 1e en twee uit het 2e huw., de overige
zijn:
Jacoba Mauritia Eyck,
huwt met Vincent Born en Mr. Hendrik Eyck,
geb. te Batavia 13 april 1695, 1732 muntmeester, 1761 raadsheer in den hove provinciaal, bewindhebber der gewezen Utrechtsche geoctroyeerde
compagnie, sterft te Utrecht 9 Sept. 1766. Hij huwde aldaar 16 Aug. 1723 met Henriette
Cornelia Van Asch van Wijck, geb. Utrecht 14
Maart 1694, aldaar gest. 5 Jan. 1757, wed. Johan
Van Leene, dochter van Mr. Anthony, Heer van Prattenburg
bij Rhenen, en van Clara jacoba Brouwer. Zij
werden de ouders van vier kinderen:
---1 - Jacoba
Mauritia Eyck, geb.
24 Mei 1724, ongehuwd, gest. In 1794
---2 - Adriaan
Hendrik Eyck,
die volgt
---3 - Elisabeth
Isabelle Eyck, ged. Utrecht 18 Jan. 1732,
aldaar gest. 24 Mei 1823. Zij huwt te Utrecht 9
April 17172 met Mr. Francois de Kempenaer,
geb. te Leeuwarden 19 Nov. 1737, gest te Haarlem 4
Dec. 1778, weduwnaar van Anna Jacoba Graswinkel, zoon van Mr. Jan
en van Jacoba Johanna Fagel.
---4 - Dorothea
Wijnanda Eyck, geb. Utrecht 18 Nov. 1733, gest. Amsterdam 24 Nov. 1790. Zij huwt 1: te Nyenrode 1 Aug. 1763 Jhr. Mr. Joan Ortt
van Nyenrode, geb. Amsterdam 24 Juni 1721, gest. op Nyenrode 21 Sept.
1783, weduwnaar van Adriana Huydecoper, zoon
van Mr. Johan en van Constantia Hop. 2: in April 1783 met Johan
Michel Bock, kerkmeester der Nieuwe kerk te Amsterdam, zoon van Pieter
en van Margaretha Danckarts.
|
|
Adriaan Hendrik Eyck, zoo evengenoemd, geb. te Utrecht 6 Dec. 1725, luitenant der
infanterie, daarna schepen, raad en burgemeester, gouverneur en hoofdofficier
van Utrecht, ontvanger der generale middelen 's lands
van Utrecht en maarschalk van 't kwartier van Eemland,
gest. te Utrecht 18 Juli 1802.
Hij huwde te Vlissingen 19 April 1764 met zijne nicht Adriana Maria
Lammens, geb. te Batavia 30 Jan. 1740, sterft te Utrecht 8 Juni 1786,
dochter van Mr. Pieter Willem en van Elisabeth Isabelle Fortuyn.
Een zoon werd hun geboren:
Mr. Maurits Jacob Eyck, sedert 1818 Heer van Zuylichem,
geb. te Utrecht 30 Dec. 1764, wethouder en adjunct-maire
te Utrecht, raadsheer in het hof van justitie te utrecht, afgevaardigde ter staten-vergadering, majoor der Utrechsche
burgerij, burgemeester van Maartensdijk en watergraaf van het
watergraafschap, gest. op den huize Eyckenstein aldaar 13 Febr. 1853.
Huwde 1, te Utrecht 4 Juni 1797 met Jacoba Constantia Clifford,
geb. 16 Sept. 1774, overl te Utrecht 20 Nov. 1799, dochter van Pieter
en van Catharina Bouwens.
Huwde 2, te Maartensdijk 28 Nov. 1802 met Francina Johanna Burman,
geb. te Amsterdam 14 Mei 1780 , gest. te
Maartensdijk 22 Aug. 1843, dochter van Nicolaas Laurens, med. doctor en hoogleraar te Amsterdam en van Anne
Maria Verkolje.
Uit beide huw. een zoon:
Adriaan Hendrik Eyck, geb. 21 April 1798, gest. 20 April 1808 en Mr. Frans Nicolaas Marius Eyck,
Heer van Zuylichem,
geb. te Utrecht 26 Aug. 1806, burgemeester van Maartensdijk en watergraaf van
het waterschap aldaar; hij was een beroemd bouwkundige, zoodat
hem de betrekking van rijks-architect werd
aangeboden, waarvoor hij echter bedankte; hij schreef over middeleeuwsche bouwkunst eenige verdienstelijke werken en
overleed op den huize Eyckenstein te Maartensdijk 1 Jan. 1876.
Hij huwde te IJsselstein 11 Mei 1842 met Anne Brigitta Story van Blokland,
geb. te IJsselstein 26 Aug. 1819, gest. te
Scheveningen 25 Aug. 1879, dochter van Willem Gerard en van Mathia Jacoba van Kerkwijk.
Hun huwelijk werd met vijf kinderen verrijkt:
---1 - Maurits
Adriaan Frans Eyck, geb. te Maartensdijk 13
Juni 1843, ontvanger aldaar en ongehuwd gest. 15
juni 1873.
---2 - Willem Gerard Maurits Eyck, Heer van Zuylichem, geb. te Maartensdijk 25 Juni 1846, watergraaf
van het waterschap Maartensdijk, huwde te Zeist 3 Aug. 1871 met Geertruida
Gezina van Steyn, geb. te Baarn 12 Sept. 1846, dochter van Jan Albert
en van Gezina van Toorenburg.
Uit hun huwelijk de volgende vijf kinderen:
------a - Gerardina
Adriana Johanna Mauritia Eyck,
geb. te Maartensdijk 8 Mei 1872.
------b- Maurits
Adriaan Frans Eyck, geb. te Maartensdijk 7 Aug.
1873.
------c - Anna
Bregitta Mauritia Eyck,
geb. te Dahlen in Rijn-Pruisen
16 Dec. 1875.
------d - Wilhelmina
Hermina Anna Mauritia Eyck,
geb. Maartensdijk 6 April 1877.
------e - Francina
Johanna Harriet Mauritia Eyck,
geb. te Baarn 3 Juli 1881.
---3 - Mathia Jacoba Eyck,
geb. op den huize Eyckenstein te Maartensdijk 14 Juli 1848. Zij huwde te
Maartensdijk 30 April 1868 met Jhr. Samuel Johannes van Westervelt Sandberg, geb. te Zwolle 11 Maart 1842,
zoon van Jhr. Heribert Willem Alexander
en van Adriana Petronella Schorer.
---4 - Francina
Johanna Eyck, geb. te Maartensdijk 19 Aug.
1853, geh. aldaar 19 Aug. 1874 met Harry van Voorst van Beest, zoon
van Mr. Cornelis Wernard Eduard en van M.
E. M. Ruys.
---5 - Nicolaas
Laurens Burman Eyck, geb. te Maartensdijk 19 Aug. 1853, tweeling met de vorige,
burgemeester van Maartensdijk, geh. te Baarn 10 Aug
1882 met Jkvr. Clasina Berg, geb. te Amsterdam 11 Juni 1854, dochter
van Jhr. Joan Philip en van Anna Catharina Trakranen; zij
wonnen één zoon Frans Nicolaas Maurits Burman Eyck, geb. te Maartensdijk 5 Sept
1883.
|
|

|
Beschrijving:
Schild:
Gevierendeeld: 1 en 4 In
zilver drie geplante eiken van natuurlijke kleur en een schildhoofd van blauw
beladen met drie sterren van goud (6) (Eyck); 2 en 3 In
rood een staande man gekleed van zilver met knielaarzen van zwart, op het
hoofd een gerande hoed van zilver, de rechterhand rust op een riem van zwart
en de opgerichte linker arm een tweetandige riek
van zwart (Burman).
Helmen: I een omgewende
helm; II een afgewende helm.
Helmtekens: I Een
omgewende antieke vlucht van goud; II Een herten gewei van goud met
een mannentors met op het hoofd een hoed van zilver en gekleed in een jas van
zilver voorzien van een kraag en twee rijen van vier knopen van hetzelfde, de
rechterhand rust op een naar beneden omgewend zwaard van zwart, in de
opgerichte linker arm een tweetandige riek van
zwart.
Dekkleden: I
blauw, goud gevoerd; II rood, zilver gevoerd.
Schildhouders: Twee griffioenen van goud, de rechter omziend.
Het geheel staande op een groene arabesk.
|